Een druppeltje waarheid

satsangfragment

Alleen maar Zijn

V: Ik wil wel iets zeggen of vragen of misschien is het wel meer delen, ehm, toen ik vanmorgen opstond en wist: ik ga vanmiddag naar Heerenveen, was ik aan de ene kant blij, en een gevoel van verwachting van wat gaat er gebeuren, misschien vindt er wel iets plaats, maar wat er overheerste op dat moment was eigenlijk een gevoel van wanhoop. Zo van, ik weet ik ga ernaar toe, met een bepaalde hoop, een bepaalde verwachting, van verlichting of zelfrealisatie of hoe je het maar wilt noemen, en tegelijkertijd had ik het gevoel van: het is zóver weg, het lijkt allemaal - zoals jij ook beschrijft en anderen dat doen - zo heel dicht, alsof het om de hoek is, of sterker nog, het ìs er al. En toch overheerst bij mijzelf het gevoel van, ik verlang er al jaren naar en het gebeurt niet. Soms lijkt wel of het een lot in de loterij is, dat het maar aan heel weinig mensen gegeven is om zo'n staat te bereiken. En dan denk ik bij mezelf: wie ben ik, dat het mij zou kunnen overkomen... Het gebeurt maar zo weinig, waarom zou ik hier nog naartoe gaan. Maar natuurlijk overheerst het verlangen, zit er een bepaalde pull en daarom ben ik hier. Misschien kun je er iets over zeggen, over die wanhoop en het gevoel er ergens heel dichtbij te zijn, maar het niet kunnen vatten…

H: Dank je wel. Het punt is dat er alleen maar een kleine omkering hoeft plaats te vinden. Als we zeggen dat we het te pakken willen krijgen, dan danken we dat het Zelf of verlichting of God of hoe het ook noemen, een object is. Maar het is nou net het enige dat geen object is, dus je gaat het nooit te pakken krijgen. Datgene waarmee je überhaupt kunt zoeken en kijken, dat is het al. Dus het is niet eens een kwestie van dichtbij, want er is geen afstand. Dat waarmee je getuige bent van gevoelens van verlangen en wanhoop, dat is wat je bent. En, inderdaad zoals je zegt: het is er al, dus het kan niet gerealiseerd of gegrepen of bereikt worden. Er kan alleen de herkenning plaatsvinden, dat het er al is en dat het van nature vrij is en liefdevol en helder en joyful. Dus de mind, de persoon, die wil ’t hebben. Maar die gaat nooit iets hebben, dat is een misvatting, een kleine aandoening. En een aandoening bereikt nooit wat, die kan alleen overlijden.
Het is zó dichtbij en het is zó eenvoudig en tegelijkertijd is het niet gemakkelijk, omdat wij altijd vanuit de positie vertrekken van “er is een tekort en ik moet iets doen om het tekort te compenseren of er iets tegenover te stellen: “ik moet iets doen”. Maar welke ‘ik’ is dat dan waarmee we iets doen, dat is de mind, het denken. Maar jij bent de kenner van het denken. Je weet immers wat je denkt, of wat er gedacht word. Zo ben je ook de kenner van gevoelens van verlangen, van wanhoop en zo zul je er ook de kenner van zijn als de mind denkt dat ie verlicht raakt. Dus eigenlijk is ieder idee van ‘er kan, moet of gaat iets gebeuren’ op zichzelf al een illusie. Er gaat helemaal niks gebeuren.
En een ander punt is, en dat is meer een kwestie van overgave, als je echt het idee hebt: het is een lot uit de loterij, dan betekent dat dat je er nooit meer druk over hoeft te maken. You will get it or not. Maar dan houdt het probleem op te bestaan. Op het niveau van wat de mind roept, als we dingen tot in z’n uiterste consequentie doorvoeren, dan val je uit het denken. De mind roept iets, volg die redenering maar en je zult zien dat ie in elkaar dondert. Want hij is gebaseerd op drijfzand, op een misvatting, die luidt: ik ben iemand en er moet iets gebeuren. Nou, je bent niet een iemand. Je eerste feitelijke ervaring is er altijd een van aanwezigheid: ik ben er. Zonder woordjes dan, maar dat gevoel is ’t eerste. That’s it. Hans is ook niet iemand die een staat bereikt heeft, er is alleen maar het Zelf. En omdat je denkt dat je iemand bent, denk je dat ik ook iemand ben. En daar heb ik geen moeite mee verder…

In feite is het meest wonderbaarlijke eerder het omgekeerde: Je hebt gewoon puur goud ter beschikking. Puur bewustzijn, zo zuiver als wat. En je ruilt het de hele tijd in voor angsten en verlangens. Dat is wat je doet, omdat je niet goed kijkt. De persoon is het Zelf dat zich vergist. Zoiets. Jij bent het Zelf. Dat is niet iets buiten, je. Dat is een beetje de pest met de term Zelf of God, dan denk je dat het iets daar is. Vandaar dat Ramana het liever ‘Ik’ noemde. Dat is dichterbij, ‘t gaat over jou. Niet over iets buiten je dat je te pakken gaat krijgen, maar gewoon de simpele rechtstreekse kennis van wat jij bent. Niet wat je gaat worden, maar wat je bent, wat je altijd al was en altijd zult zijn. Ongeacht de fysiek-emotioneel-mentale bewegingen.

Als iemand hier op in wil gaan, feel free.

V: Je zei net: “Dat ruil je in voor…” maar er valt niks in te ruilen, dat gebeurt gewoon. Ik herken bijvoorbeeld het gevoel van niet-doen, dat is gewoon de flow… In dat niet-doen komen er opeens ook allerlei gedachten binnen. Dan zeg jij: “Ga terug en wees stil.” Maar wat is dan dat stil zijn?

H: Dat is wat jij bent. Jij denkt dat er geen gedachten moeten zijn, maar dat zegt de mind. De mind kan rustig of onrustig zijn of afwezig zijn. Maar jij bent de mind niet. Als ik zeg: ‘Wees stil’, dan zeg ik niet dat je iets moet doen, maar dat je moet herkeen als het ware dat jij de stilte bent. En of er dan nog wel of geen gedachten zijn is niet relevant. Stilte is niet de afwezigheid van gedachten, stilte is het vrij zijn van gedachten, dat het je dus niet uitmaakt of ze er wel of niet zijn. Want ze binden je niet en ze maken je niet vrij. Het is alleen maar iets wat voorbij komt. Ik maak wel vaker de vergelijking van: als er vogels voorbij vliegen ruk ik ze ook niet uit de lucht, “die zijn van mij”. Die laat je gewoon vliegen. Ik zie ze moeiteloos, net zoals gedachten of gevoelens of fysieke verschijnselen. Dus ‘wees stil’ is ten diepste een rechtstreekse herinnering aan wat je bent, niet een opdracht. Je kunt zien aan hoe we met dat soort teksten omgaan, waar we zitten. Als er geroepen wordt: ‘wees stil’ of ‘just be’ dan denken wij dat we dat moeten doen. terwijl het eigenlijk de constatering van en het wijzen op een feit is, namelijk ‘that you just are’. Het is geen opdracht, het is een herinnering. En als we dat als een opdracht aannemen, dan gaan we proberen stil te zijn, of te mediteren… Veel plezier ermee, maar je bent alleen met de mind bezig. In die zin zijn er twee kanten aan de zaak: de ene kant zou je mind control kunnen noemen, alle rituelen, technieken, strategieën, methodieken, meditaties, enzovoorts. Om te proberen dat ding onder controle te krijgen, en that’s not all bad. Maar het heeft geen flikker met waarheid te maken. Waar het over gaat is dat je uit de mind komt als het ware. Of beter gezegd: inzien dat je eraan vooraf gaat. Dan doet de mind wat ie doet, maar wat heb ik ermee te maken. Dus je hebt twee opties in die zin: òf je rommelen in het domein van de mind, waar negentig procent van de spiritueel-psychologiche technieken over gaat. En nogmaals, dat is niet helemaal slecht, soms moet er iets. Maar met realisatie heeft het niks te maken en het gaat ook niet helpen. Je moet juist die hele handel laten vallen, en niet als wilsbeslissing, maar als gevolg van inzicht: ‘Ik ben dit niet’. Ik zit dus de hele tijd te klooien met wat ik niet ben. Why? Dan kom je er heel snel achter dat er sporen van angst zitten, want als er angst is, is er ook controleneiging. Is er geen angst, wat moet je dan controleren. You’re just happy. En die angst komt door de misvatting, dat we denken iets te zijn, een object, dat aan gevaren onderhevig is en dat op moet letten en voor z’n hachie zorgen. Terwijl we feitelijk iets ondefinieerbaars zijn, wat buiten tijd staat en waarvoor er niets is wat het bedreigen kan. Dus er hoeft ook geen controle te zijn. Maar dat is paar waar als je het ziet, anders is het een opvatting en dan wordt het link. Want dan gaan we de opvattingen gebruiken op het niveau van de mind om weer onszelf af te wijzen of te onderdrukken of dan mogen er geen gedachten zijn, geen emoties; er mag dan ineens van alles niet. Maar als je realiseert dat je dat niet bent wat je zit te aanschouwen, wat maakt ’t dan nog uit of het komt of niet. Het doet z’n dansje en ’t is weer weg, het scherm is wee leeg. Nothing happened. En de hele tijd dat we er nu als het ware doorheen zitten te praten, is die stilte of hoe je het wil noemen, Jij, Dat, gewoon aanwezig. En dat heeft echt geen onderricht nodig. Dus eigenlijk komt het erop neer dat, op het moment dat iemand – waardoor dan ook – in staat is om te zien, hij eigenlijk aan één zin of niet-zin genoeg heeft. Zijn we daartoe nog niet in staat, dan hebben we een hoop onderricht nodig en zullen we iets beoefenen. Dat kan niet anders en het is maar ’t beste ook. En àls je dan op het pad van inzet en beoefening zit, heb ik het liefste dat je inzet totaal is; dat is de enige manier om erachter te komen dat het niet helpt. Terwijl als je halfslachtig bent, je het nooit weet. Dus wie wil oefenen, prima, maar dan wel met hart en ziel. Give it all you got. Dan kom je er vroeg of laat achter dat je getuige bent van dat wat aan ’t oefenen is. What’s the use of it? Nog meer?

(Stilte)

Misschien kun je het eenvoudig ervaren, nu, er is gewoon iets natuurlijks, iets wat hel kalm is. Het is er gewoon. Het is er altijd. En niet omdat je braaf bent of zo, it’s just there. En er is geen enkele reden om dat ook maar één seconde niet te zijn of te ervaren. Dat laat je jezelf wijsmaken door je mind: Ik kan nu niet gelukkig zijn, want eerst moet er dit en dat en dàn… Bla bla bla.

Fragment van de satsang met Hans Laurentius in Heerenveen,
zondag 2 maart 2008

| home |