Vanzelfsprekend
Een Voortdurend Interview
Vraag: Veel van je bezoekers, leerlingen, volgelingen – hoe moet je ze eigenlijk noemen – willen weten hoe het realisatieproces bij jou verliep. Daar geef jij niet graag antwoord op, waarom?
Hans: Omdat het erom gaat wat er gebeurt in degene die de vraag stelt. Wie is het die dit wil weten? Het is het ego dat op zoek gaat naar verlichting, daartoe aangezet door iets diepers, Dat wat er altijd is, God, of het Zelf. Bovendien bestaat het gevaar dat ‘mijn’ proces gezien wordt als maatgevend, terwijl ieders proces weer anders verloopt. Daar kun je geen sjabloon op leggen. Wel zijn er wat globale ontwikkelinglijnen te herkennen, fasen die bij de meesten in meerdere of mindere mate voorkomen.
Sommige ‘rijpe zielen’ zijn heel snel thuis, doordat ze weinig weerstand hebben om de hele ik-illussie te doorzien, in één klap alles los te laten en de natuurlijke staat als ZichZelf te herkennen. De meesten van ons dienen keer op keer in het ‘Zelfbad’ ondergedompeld te worden, totdat de ego-neigingen hun macht verliezen.
Het duurt bij een ieder precies zo lang als het duurt. Als iemand vraagt: “Wanneer word ik nou eens verlicht?”, geef ik vaak het – misschien wat flauwe - antwoord: “Als deze vraag niet meer opkomt”.
Dat is waar ik steeds weer naar terug verwijs, dat zelfonderzoek: “Wie stelt de vraag”, “Wie ben ik?”, of beter nog: “Wie denkt hier: Wie ben ik?”. Op die vragen komt geen antwoord, want die ik bestaat helemaal niet.
Als ik mensen vraag naar hun ‘ik’ te zoeken, dan vinden ze nooit wat. Dit alles verschijnt, komt en gaat, in Bewustzijn, in Dat wat je Bent.
V: Maar hoe ging dat nu bij jou?
H (lachend): All right. Ik wilde gewoon weten hoe het zat. Eigenlijk had ik zo rond mijn twaalfde al het gevoel dat alleen ik er was. Mijn omgeving vertelde me toen dat dat kwam door mijn enorme egocentrisme. Ik proefde de smaak van mijn ware Zelf, maar ging denken dat het iets slechts was waar ik vanaf moest zien te komen. Er volgden heel wat jaren waarin ik meende depressief te zijn. De opleiding tot spiritueel therapeut op de Leonardushoeve, onder leiding van mijn eerste goeroe Ad Stemerding, me – weer - op de goede weg. Voor het eerst had ik het gevoel iets te kunnen, ergens goed in te zijn. Dat gaf wat ontspanning aan het drukke mannetje. Tegelijkertijd was er die enorme gedrevenheid, plus een flinke dosis overgave. Naast het energiewerk, waarin ik veel leerde, las ik enorm veel. Ik heb zowat een jaar mijn hersens gebroken op Krishnamurti. Ik wist dat het waarheid was waarover hij sprak, maar ik kon het maar niet begrijpen. Toch heeft dat wel z’n nut gehad. Toen gaf iemand me een boek van Nisargadatta. Dat kwam binnen, het werd in één klap herkend. Later kwam ik Ramana tegen. Het waren nog niet eens zozeer zijn woorden die me raakten, maar vooral die blik. En dat van een foto! Die deed me gewoon smelten. Nisargadatta gaf me de Wijsheid, Ramana de Liefde. Daarna is het proces van doorwerking ingezet, dat feitelijk nog steeds doorgaat. Het kan nog steeds stiller, transparanter, liefdevoller. Gelukkig heb ik naast mijn twee zogenaamd dode goeroes, ook een paar hele goeie levende: Hetty. Thalia en Naomi.
V: Je spreekt vaak over de doorwerking, het ‘proces’, dat – als ik het goed begrijp – na het Ontwaken en voorafgaand aan Realisatie plaatsvindt. Kun je verduidelijken wat je met die termen bedoelt?
H: Ontwaken noem ik het ‘moment’ dat iemand voor de eerste keer ziet wie of wat hij of zij werkelijk is, de eerste diepe Zelfbeleving. Volgens het zenverhaal van de Os en zijn Hoeder is er dan al sprake van Verlichting. Maar het is pas de derde van tien fases. Iemand is dan nog niet werkelijk en onomstotelijk thuis. Na het ontwaken wordt de ervaring vaak door het ik gegrepen en toegeëigend.
Overigens verschilt ook dit weer per geval. De een heeft één grote Kensho of verlichtingservaring, anderen hebben vele kleintjes, weer anderen ervaren een mix van beiden. Bij sommigen is er sprake van een heel geleidelijk proces waar niks spectaculairs lijkt te gebeuren. Dat zegt niets over de kwaliteit van het Ontwaken.
In ieder geval komt er na zo’n eerste ervaring – of reeks van ervaringen – een proces op gang van wat ik doorwerking noem. De ego-neigingen worden steeds meer en dieper doorzien. Dat gaat net zo lang door, tot iemand zó transparant is geworden, of zó stabiel in het verblijven in ‘Ik Ben’, dat de vasanas of latente neigingen zijn of haar Zelfbesef niet meer in de weg kunnen staan. Dan zou je kunnen spreken van Realisatie.
V: Maar het is nooit klaar, hè?
H: Wel ‘klaar’ in de betekenis van helder, maar niet klaar in de zin van af. Ik merk in de verschijningsvorm Hans ook, dat het nog steeds helderder, dieper, stiller wordt. Wel is duidelijk – en dat zullen velen herkennen – dat het steeds moeitelozer, steeds meer vanZelf gaat. Het vertrouwen, de overgave is daar dat het Zelf, God, Ramana - of hoe je het ook wilt noemen – je precies brengt waar je wezen moet. Tegelijkertijd is er een zekere inspanning nodig van de kant van de geïnteresseerde. Steeds weer je zwaartepunt (proberen te) verplaatsen naar het besef ‘Ik Ben’, the witnessing principle. Het gaat om de poging, of dat lukt is niet aan jou, maar aan the higher power.
foto: Chris Verschoor
| home | volgende >